#4 , 18 mei 2026 15:38
Btw en registratierechten sluiten elkaar in principe uit. Aangezien de constructie aan btw is onderworpen en daardoor vrijgesteld is van verkooprecht (art. 2.9.6.0.1, eerste lid, 4° VCF) zijn registratierechten enkel verschuldigd op het grondaandeel (art. 2.9.1.0.1 VCF). U betaalt dus 12% op € 195.000 (= € 23.400) in plaats van op de totale prijs van € 514.000 (= € 61.680).
Artikel 2.9.4.2.11, § 5 VCF bepaalt uitdrukkelijk dat het verlaagd tarief van 2% voor de enige eigen woning niet kan worden toegepast op het bijbehorende terrein wanneer voor de overdracht van het gebouw de vrijstelling van art. 2.9.6.0.1, eerste lid, 4° VCF is genoten — d.w.z. wanneer het gebouw met btw is verkocht. Bij het gesplitst stelsel is dat per definitie het geval, zodat u steeds het algemeen tarief van 12% verschuldigd bent op de grond.
Het voordeel zit in de btw-aftrek op de constructie (€ 66.990) voor wie btw-plichtig is met recht op aftrek — hetgeen terugverwijst naar uw oorspronkelijke vraag over het bijberoep. Of het stelsel voordelig uitvalt, hangt af van de mate van beroepsgebruik en het daadwerkelijk aftrekbare btw-bedrag.
Merk op dat VLABEL de grond-/constructieverdeling kan controleren en, indien de structuur hoofdzakelijk fiscaal gemotiveerd is, herkwalificeren. De opsplitsing moet dus marktconform zijn.